Den Triangel is een Antwerpse wijkkrant die sinds maart 2008 meespeelt in het Antwerpse medialandschap. Studenten Journalistiek van de Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen maken de krant helemaal zelf, en zetten op die manier al hun eerste stappen in het beroepsleven.

“Inspraak is echt heel belangrijk”

Adviseur diversiteit Marcia Poelman: "We wilden iets creëren dat door iedereen werd gedragen."&nbsp;&mdash;&nbsp;by <a href='https://www.smallteaser.com/user/jana.vanhimbeeck' class='captionLink'>Jana Van himbeeck</a>
Adviseur diversiteit Marcia Poelman: "We wilden iets creëren dat door iedereen werd gedragen." — by Jana Van himbeeck

In Den Triangel van 19 mei kon je al lezen dat Artesis Plantijn volop inzet op diversiteit. Dat doet ze door het ontwikkelen van een handelingskader diversiteit en een diversiteitsbeleidsplan. Marcia Poelman, adviseur diversiteit van de AP Hogeschool, geeft uitgebreid tekst en uitleg.

Leestijd: +/- 6 minuten

Diversiteit op school is tegenwoordig een hot topic. Hoe komt dat?

“Onlangs gaven alle instellingen rond hoger onderwijs aan dat er nog veel werk is op dat vlak. Diversiteit is dan ook een heel breed begrip. Veel mensen denken meteen aan studenten met een migratieachtergrond, maar op AP gaan we daar veel verder in: studenten die als eerste in hun familie hogere studies aanvatten, studenten die uit het BSO of TSO komen… Daar is nog veel werk aan de winkel.

Waar we ook aan willen werken is onze medewerkersploeg, zeker op vlak van migratieachtergrond. Dat is op dit moment een heel blanke groep. Onderzoek toont nochtans aan dat een diverse ploeg van medewerkers een positievere impact heeft op de doorstroom van studenten met een migratieachtergrond. Dat is logisch, het is belangrijk om jezelf te herkennen in de mensen waar je mee samenwerkt.”

Is dit diversiteitsbeleid nieuw voor AP?

“In het verleden gebeurden hier al mooie dingen rond diversiteit, maar er zat geen systeem in. Dat had een aantal nadelen. Zo kon het zijn dat er in het ene departement een heleboel goede praktijken werden toegepast, maar dat andere afdelingen dat niet wisten. Men zou veel meer van elkaar kunnen leren. De uitwisseling van ideeën over de hogeschool heen moet verder gestimuleerd worden, zodat mensen op hun eigen eilandje het warm water niet moeten uitvinden.

Ook moeten we de bestaande goede impulsen beter uitwerken. Ik geef een voorbeeld. Uit onderzoek weten we dat studenten die tijdens hun eerste honderd dagen een goede band krijgen met hun hogeschool betere resultaten halen. Om in te zetten op een goede sociale integratie, organiseren we onder andere startweken, teambuildingsactiviteiten en peer-to-peerprojecten tussen studenten. Bij zulke projecten is het belangrijk om op voorhand te bekijken wie we juist willen bereiken, welke drempels er zijn en welke groep studenten dit het hardst nodig heeft. Die studenten moeten ook inspraak krijgen. Wat zou je zelf graag doen? Waarom zou je wel of niet komen?

Als je dat eenmaal hebt vastgelegd, moet je na afloop ook een evaluatie houden. Wie nam er deel? Hebben we ons doelpubliek bereikt? Om ervoor te zorgen dat we onze activiteiten efficiënt organiseren, is er nood aan meer systematiek.”

De uitwisseling van ideeën over de hogeschool heen moet verder gestimuleerd worden

Waarom begon AP meer te werken rond diversiteit?

“De concrete aanleiding was de vraag van een aantal studenten om een stille ruimte op te richten in de campus Noord. We wisten als Hogeschool niet wat we daarmee moesten aanvangen. Daarom ontwikkelden we het diversiteitshandelingskader. Je kan je dat voorstellen als een soort beslissingsboom of stroomschema om diversiteitsvragen te beantwoorden waar nog geen beleid rond is.

Als we een vraag krijgen, wordt die getoetst aan een aantal criteria: past het binnen de missie en visie van onze hogeschool? Is het in strijd met bepaalde reglementen? Maar ook: is de veiligheid gegarandeerd? Is het financieel haalbaar? Dat kader zijn we volop aan het ontwikkelen.”

Daarnaast is er ook nog het beleidsplan diversiteit.

“Klopt. Dat is een klassiek beleidsplan, met hogeschoolbrede doelstellingen zoals de sociale en academische integratie van de studenten bevorderen of het medewerkersbestand diverser maken.”

Hoe proberen jullie tot deze beleidsinstrumenten te komen?

“Zowel voor het handelingskader als voor het diversiteitsplan wilden we iets dat gedragen werd door al onze studenten en medewerkers. Daarom stelden we een participatief traject op, waarbij we op zoveel mogelijk manieren inspraak zochten. We organiseerden focusgroepen, deden een bevraging bij de studenten en medewerkers en hielden verschillende gesprekken om de drafts van het handelingskader en het beleidsplan af te toetsen.

Een paar weken geleden stelde ik het kader voor aan de leden van ASAP (Algemene Studentenraad AP) en ik stuurde een mailtje naar de verschillende departementale studentenraden om ook daar het initiatief voor te stellen en feedback te verzamelen. Inspraak is voor ons echt heel belangrijk. Zo legden we de focusgroepen enkele casussen voor, en de criteria die daaruit naar voren kwamen, zijn voor een deel terug te vinden in het handelingskader.”

We wilden iets dat gedragen werd door iedereen

Wat is uw taak?

“Ik ben adviseur diversiteit. Als er medewerkers of studenten zijn die vragen hebben rond diversiteit, dan komen die bij mij terecht. Ik ga niet verkondigen dat ik daar alles van weet, ik moet nog vaak dingen zelf opzoeken. Wel bouw ik beetje bij beetje een netwerk uit van experten binnen en buiten de hogeschool. Verder begeleid ik het hele proces om het handelingskader en beleidsplan te ontwikkelen.

Vanaf volgend jaar zal het ook mijn taak zijn om erop toe te zien dat die effectief worden uitgerold. Tenslotte hou ik samen met de werkgroep diversiteit de vinger aan de pols. Welke thema’s leven er in de verschillende departementen? Welke uitdagingen of noden zijn er, en hoe kunnen we daar een antwoord op formuleren? Over al die zaken probeer ik een helikopterperspectief te behouden.”