Give us a like and we'll keep you in the loop.

We use cookies

We use cookies and other tracking technologies to improve your browsing experience on our website, to show you personalized content and targeted ads, to analyze our website traffic, and to understand where our visitors are coming from. By browsing our website, you consent to our use of cookies and other tracking technologies.
Den Triangel is een Antwerpse wijkkrant die sinds maart 2008 meespeelt in het Antwerpse medialandschap. Studenten Journalistiek van de Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen maken de krant helemaal zelf, en zetten op die manier al hun eerste stappen in het beroepsleven.

Gezocht: Fair Fashion

Op zoek naar eerlijke mode in 't stad

Luc Van Liedekerke, econoom en prof aan Universiteit Antwerpen & KU Leuven — by Luka Van Royen
Luc Van Liedekerke, econoom en prof aan Universiteit Antwerpen & KU Leuven — by Luka Van Royen

De komst van Primark naar de Meir doet de discussie over 'schone kleren' weer oplaaien. Is er geen wetgeving over de import van kleding die in slechte arbeidsomstandigheden is geproduceerd? “Je moet de consument de macht en kracht geven om juist te kiezen”, zegt econoom Luc Van Liedekerke aan de Universiteit Antwerpen.

Westerse kledingbedrijven werken samen met leveranciers in ontwikkelingslanden. Daar worden steeds vaker en strengere controles uitgevoerd. Fabrieken die kleinere delen van de kledij leveren aan de vaste leverancier krijgen minder controles. “Waar de garens en dergelijke gesponnen worden, zit het echte probleem. Net bij die kleine bedrijven zit de niet-gereguleerde arbeid. Vaak wordt de samenwerking met die familiebedrijfjes stopgezet, maar dat zijn wel de lokale start-ups”, vertelt Luc Van Liedekerke.

De overheid moet mee

In België bestaat nog geen wetgeving over de import van ethische kleding. In Nederland en Duitsland is wel al een convenant afgesloten tussen de regering en een groot aantal kledingbedrijven. Die bedrijven hebben de plicht om een plan publiek te maken waar ze alle risico’s in hun keten weergeven. “Alles wat bedrijven nu doen, doen ze omdat ze dat willen”, zegt Sara Ceustermans van de Schone Klerencampagne. “Af en toe is er druk maar in het algemeen geldt zelfregulering. Ik ijver ervoor dat het op een bepaald moment niet meer mogelijk is om kleding te importeren in Europa die in slechte sociale en/of ecologische omstandigheden gemaakt is.”

“Het probleem van slechte arbeidsomstandigheden kan enkel opgelost worden als kledingbedrijven samenwerken. Dat betekent dat je info over prijzen en lonen van je leverancier moet uitwisselen. Daar bots je op competitiewetgeving”, bemerkt Luc.

Corruptie in Bangladesh

In landen als Bangladesh is er wetgeving omtrent lonen, kinderarbeid, gedwongen arbeid, vrouwenrechten. “Alle nodige wetten zijn er maar het systeem is corrupt. Het zijn hun eigen ondernemers die geen pottenkijkers willen. Dat gecombineerd met een corrupt systeem brengt grote wantoestanden met zich mee”, beweert Luc.

Volgens Luc moeten we als een van de eerste dingen de managers van lokale fabrieken opleiden in zo'n omgeving. “Meestal ontstaat er een typisch probleem: iemand heeft kapitaal, koopt honderd naaimachines en neemt honderd mensen in dienst. Ze hebben klanten en zeggen op alles ja. Ze moeten volgende week een bestelling afleveren terwijl ze dat niet kunnen. Door een gebrek aan kennis op het vlak van management en planning moeten mensen dag en nacht werken om die bestelling rond te krijgen. Als je kijkt naar de levenskwaliteit van mensen in Bangladesh is dat een fractie van bij ons.”

“Maar het is zoveel beter dan dertig jaar geleden. Hoe krijg je die mensen vooruit? Niet door daar weg te lopen. Door druk te zetten op de standaarden. Momenteel is het meest effectieve via labels te werken.”

“Hopelijk wordt de regering daar krachtig en stabiel genoeg om wetgeving af te dwingen zoals wij dat doen in het Westen. Pas op, bij ons kwam corruptie nog niet zo lang geleden ook te pas. Vroeger ging de bedrijfsleider hier ook met de belastinginspecteur eens iets eten. Dat is echt maar een generatie geleden.”

Duizend-en-één labels

Ondertussen houden ongeveer 480 organisaties zich bezig met de arbeidsomstandigheden in de textielsector. Een doolhof waarin je als consument niet ziet wie het serieus neemt en wie niet.

Luc: “Het is de taak van de overheid om die wildgroei aan labels op te kuisen en er voor te zorgen dat hun informatie doorstroomt tot bij de consument. Je kan een top zes maken van labels, dat is niet zo moeilijk. Op een bepaald moment is er bijvoorbeeld in de elektronicamarkt omgeschakeld op energielabels van A+ tot F. Dat is een duidelijke indicator voor de consument. “Op een jaar tijd waren producten uit categorie D, E en F verdwenen in het Westen.”

Sara voegt eraan toe: “Zo lang het neerkomt op vrijwillige stappen bij bedrijven gaat het altijd een doolhof blijven van labels en imagocampagnes waar de consument zich bijna onmogelijk een weg in kan vinden.”

Communicatie met de consument

Er zijn heel weinig onafhankelijke studies voor cijfermateriaal in de textielsector. Duidelijke communicatie naar de consument toe is onmogelijk zonder duidelijke cijfers of rapporten.

Sara: “Het is belangrijk dat het merk of bedrijf transparanter is naar de consument toe. Ze moeten aangeven waaruit de totaalprijs van een T-shirt is opgebouwd. Er zijn wel onderzoeken dat er één procent van het totaalbedrag naar de arbeiders gaat maar ook dat verschilt nog. We hebben daar geen idee van.”

“Mijn ultieme droom is dat je als consument met een app in de winkel alle informatie kan verkrijgen van kledingstukken of merken. Wat is er goed of slecht in die fabriek? Komt er dierenleed aan te pas? Hoe scoren ze op vlak van milieu?”

Constructief de toekomst in

Wat kunnen we nu doen als consument? Er zijn tal van mogelijkheden in de doolhof van informatie te vinden. Een daarvan is lokaal kopen. Sara: “Er zullen veel verbeteringen komen. Maar binnen dit model van fast fashion zie ik dat niet gebeuren. Heel veel ketens weigeren ook in dat verhaal mee te stappen natuurlijk. Al worden er wel toe aangezet door andere grote spelers.” Ook Luc beaamt dat: “Op lange termijn moeten we weg van fast fashion. Dat is in alle sectoren zo. We botsen op grenzen op vlak van bronnen. We gaan daar op blijven botsen. Er is altijd een andere weg, het is een kwestie van te zoeken.”

De kracht van de consument wordt te vaak onderschat. Luc: “Er is een probleem dat ik empowerment van de consument noem. Je moet de consument de macht en kracht geven om juist te kiezen.We hebben geen referentiepunten om te zeggen: ’dit kopen we niet meer en dit kopen we wel’.”

De uitgang van de doolhof

Waar kan je nu terecht voor ethische kleding? Ceustermans: “Er zijn merken zoals People tree en Armed angels die veel inspanningen doen. Zij zijn niet alleen bezig met de arbeidsomstandigheden maar proberen ook hun kleding circulair te maken. Dat wil zeggen dat ze vanaf het ontwerp kijken welke stoffen ze gebruiken om rekening te houden met de milieu-impact. Bedrijven als JBC en Bel&Bo zijn bijvoorbeeld ook aangesloten bij de Fair Wear Foundation. Zij doen strenge controles en begeleiden bedrijven.”

JBC reageert: “We geloven dat samenwerking tussen bedrijven, belangenorganisaties en ngo's over landen en continenten essentieel is om verbeteringen op wereldschaal mogelijk te maken. Wij hebben onlangs ons engagement voor het Bangladesh Safety agreement 2018-2021 vernieuwd. Dat is het advies dat we andere bedrijven geven. Stap voor stap moet je actie ondernemen. Het streven naar duurzaamheid is namelijk een zoektocht op lange termijn. Je moet constant evalueren, stappen zetten en beetje bij beetje grenzen durven verleggen.”

Concurrentie

De concurrentie van grote leveranciers in ontwikkelingslanden is groot. ”De leveranciers zijn afhankelijk van de prijs die uit onderhandelingen met westerse bedrijven ontstaat. Het businessmodel van Primark alleen al is zo goedkoop mogelijk aan grote volumes verkopen. In principe kunnen leveranciers wel zeggen dat ze voor zo’n lage prijs niet kunnen produceren. Maar door concurrentie in productiebedrijven is het te makkelijk voor westerse bedrijven om over te stappen naar een andere leverancier die het wel aan een risicoprijs maakt”, merkt Ceustermans op.

Race to the bottom

Primark onderhandelt heel lage prijzen met leveranciers. Daardoor is er weinig geld over om lonen te verhogen of veiligheid in de fabrieken te optimaliseren. Sara Ceustermans:“ Het is deels terecht dat Primark telkens in de kijker staat. Doordat zij zo goedkoop kleding produceren zetten ze enorme druk op de hele sector. Ze gaan heel lage prijzen onderhandelen met de leveranciers wat wil zeggen dat er Andere bedrijven als H&M zijn daardoor ook niet geneigd om hun loonkosten te verhogen. Zo krijg je een van race to the bottom. Daardoor krijgt de consument het gevoel dat een T-shirt van 15 euro een duur T-shirt is. H&M is de belangrijkste inkoper in Bangladesh. Zodra H&M bereid is meer te betalen voor zijn producten in Bangladesh kan dat een enorme impact hebben.”